Nabehandelen

De belangrijkste nabewerking van papier bestaat uit het doorvoeren van het gedroogde papier door het zogenoemde gladwerk. Dit kunnen twee of meer stalen of kunststof walsen zijn. De walsen worden met grote kracht op elkaar gedrukt. De oppervlakte van de papierbaan wordt hierdoor gladder gemaakt. Tegelijkertijd wordt het papier dunner. Papier wordt ook wel behandeld met een superkalander. Dat is een stapel walsen, waar het papier zigzagsgewijs wordt doorgevoerd. Het grote aantal en de hoge perskracht van de walsen zorgen voor een nog gladder effect dan een gladwerk in de papiermachine. Het extra glad maken van papier wordt ook wel satineren genoemd.

Als dat voor het gebruik nodig is, kan het papier of karton op verschillende wijzen worden nabewerkt. Zo kan het worden gecoat. Een coating bestaat kortweg uit pigmenten (klei en krijt), bindmiddelen en hulpstoffen. Latex is een bindmiddel. Door de coating ontstaat het onderscheid gestreken/ongestreken papier. De gecoate papier- of kartonbaan moet na het coaten opnieuw worden gedroogd (nadrogen). Bij Sizing (oppervlaktelijming) wordt het papier behandeld in een lijmpers. In de lijmpers wordt de oppervlakte van het papier van een laagje zetmeel, met of zonder papierhulpstoffen, voorzien.