Select Page

Vezel, lignine en pulp

pulpHout bestaat grofweg uit vezels en lignine. Lignine zorgt voor de verbinding van de vezels in de boom. Nadat het hout is verzameld, wordt het gezaagd, ontbast en soms gechipt. Chippen is het verkleinen van hout met messen, zodat het beter kan worden verwerkt. Vervolgens worden de houtvezels ontsloten. Dat betekent dat de vezels van elkaar worden losgemaakt. Dat gebeurt op verschillende manieren. De belangrijkste twee vormen van ontsluiten zijn: mechanisch (houthoudend) en chemisch (houtvrij). Het hout wordt bij mechanische ontsluiting fijngemalen. Bij chemische ontsluiting wordt het hout gekookt.

Na ontsluiting van de vezels blijft pulp over. Aan de pulp wordt water toegevoegd. Wanneer de pulp gereed is, wordt deze gedroogd en in dikke witte platen gesneden. Op het moment dat de pulp de papiermachine ingaat is deze vermengd met water in een verhouding van 1% papiervezel tegenover 99% water. Nederlandse papier- en kartonfabrieken importeren pulp hoofdzakelijk uit Scandinavië, Portugal, Noord-Amerika en Latijns-Amerika.

Papier en karton worden ingezameld bij kantoorbedrijven en huishoudens. Het oudpapier wordt opgelost in water. Daardoor komen de papiervezels los van elkaar en ontstaat een vezelbrij. Deze brij vormt de basis voor nieuw papier en karton. Als het voor het eindproduct nodig is, wordt ook de drukinkt verwijderd.