Select Page

Papier in Nederland

De locatie van papierproductie werd bepaald door twee factoren: de aanwezigheid van grondstoffen en kracht/energie. De belangrijkste grondstof was de katoenvezels. De vezels die werden gebruikt voor papier waren van katoen. De lompen waren beschikbaar in stedelijke centra. Energie was nodig voor het maalproces dat de vezels moesten ondergaan. Waterkrachtmolens of windmolens werden daarvoor gebruikt.

De geschiedenis van de productie van papier in Nederland sluit hierbij aan. Deze is nauw verbonden met de Veluwe en de Zaanstreek. Aan een beek bij Renkum (water en waterkracht) werd in 1598 de eerste Nederlandse papiermolen, De Bock, gebouwd. Door de geringe hoogteverschillen in de Veluwe leverde de waterkracht niet de benodigde energie voor hoge kwaliteit papier. Op de Veluwe werd voornamelijk verpakkingspapier gemaakt. In de Zaanstreek leverden de windmolens meer kracht. Hier werd bijvoorbeeld wit schrijfpapier geproduceerd. De huidige Nederlandse papierindustrie is nog steeds voor een groot deel gesitueerd op de Veluwe. Het oude ambacht van papier maken kan nog worden beleefd bij papiermolen De Schoolmeester te Westzaan, de enig overgebleven windmolen ter wereld die nog dagelijks papier maakt. In het Nederlands Openluchtmuseum bevindt zich een watermolen die actief papier produceert. In Loenen (De Middelste Molen) is een papierfabriek actief, die op water en stoom werkt.