Amsterdam spant paard achter wagen met nascheiding

Afgelopen maand bracht de Sociaal-Economische Raad (SER) een advies uit. De SER benadrukt dat we sneller tot een circulaire economie moeten komen. Wij plegen roofbouw op onze planeet en brengen daarmee de welvaart van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar. Volgens de SER zijn we nog niet in staat gebleken een brede beweging te organiseren die uitmondt in structurele oplossingen. Die oplossingen vragen om bewustwording en nieuwe manieren van omgaan met goederen en producten. Ook is behoefte aan een langetermijnvisie, consistent beleid en commitment van de belangrijkste stakeholders. Zowel nationaal als regionaal, bijvoorbeeld op stedelijk niveau. De gemeente Amsterdam wil  verduurzamen en circulair denken. Haar beleid zwalkt echter tussen goede bedoelingen, symboolpolitiek en ambitie. In 2020 wil Amsterdam 20 procent meer duurzame energie, 20 procent minder energiegebruik en 65 procent afvalscheiding hebben gerealiseerd. Prima ambities, maar de manier waarop zij worden nagestreefd zet tot denken.

Om aan de huidige normen te voldoen wordt bijvoorbeeld hout verstookt in de energiecentrales. Waren de reclamefoldertjes net verboden onder het leugenachtige mom van het sparen van bomen, nu worden bossen opgestookt om de iPad te activeren. Zeven maal herbruikbaar papier wordt vervangen door een eenmalig vuurtje. Vorige week besloot de gemeenteraad van Amsterdam tot het bouwen van een nascheidingsinstallatie voor huishoudelijk afval. De doelstelling van de nascheidingsinstallatie is het verhogen van het afvalscheidingspercentage in Amsterdam van 20 naar de eerder genoemde 65 procent. Met de installatie wil de gemeenteraad, als bijvangst, ook oudpapier en –karton gaan scheiden. In het licht van een circulaire economie geen goed idee.

Het Amsterdamse energiebedrijf (AEB) zegt terecht in te blijven zetten op bronscheiding van oudpapier en –karton, maar gaat toch ook nascheiden. Waarom? Het nascheiden van oudpapier en –karton levert geen nuttige, herbruikbare grondstoffen op. Het zorgt daarmee dus ook niet voor een verhoging van het scheidingspercentage. De papierindustrie kán en mág uit nascheiding afkomstige secundaire grondstoffen niet inzetten voor de productie van nieuw papier- en karton. Het is te vervuild door de gemengde inzameling met ander afval. Materiaalhergebruik van het nagescheiden papier en –karton is milieuhygiënisch en economisch niet haalbaar en het materiaal voldoet niet aan de noodzakelijke kwaliteitsnormen voor de papierindustrie. De nagescheiden fractie oudpapier en -karton is enkel geschikt voor verbranding. Weliswaar is dan sprake van een CO2-neutrale brandstof, het draagt ten eerste niet bij aan de scheidingsambitie van de gemeente en staat ten tweede in contrast met de in de verdragen van Parijs vastgelegde circulaire ambities. Papier en karton zijn materialen met een hernieuwbare bron en kunnen tot zeven maal worden gerecycled. Doe dat dan ook. Verbranden kan altijd nog.

Scheiding aan de bron is dan ook een veel beter alternatief. Meer ambitie zou de gemeente passen op dit vlak. Met 38 procent recycling (inzameling en hergebruik) van papier en karton laat zij zich van haar slechtste kant zien. Het landelijk gemiddelde ligt namelijk op 85 procent. Betrek de burger, verhoog de gescheiden inzameling aan de bron en koester een circulair product in plaats van het te verbieden. De papier- en kartonketen denkt graag mee met de gemeente Amsterdam om het scheidingspercentage voor oudpapier en –karton aan de bron te verhogen, verspilling tegen te gaan en aan een werkelijk circulaire stad te bouwen.    

 

Share :