Bomen en CO2 -opname. Hoe meer hoe beter

Nieuw onderzoek laat zien dat bomen sneller groeien en daarmee meer CO2 opnemen naarmate zij ouder worden. Een onderzoekteam onder leiding van N. Stephenson deed metingen bij maar liefst 673.461 individuele bomen over de hele wereld. 97 procent van de 403 onderzochte boomsoorten zou het snelst groeien op latere leeftijd. Het onderzoek werd kort geleden gepubliceerd in Nature en kreeg veel aandacht.

De resultaten van het onderzoek zijn interessant. Zij gaan in tegen de heersende opvatting dat bomen na verloop van tijd niet of nauwelijks verder groeien en (mede daardoor) geen CO2 meer opnemen. Die heersende opvatting is onderbouwd met vele onderzoeken met een vaak bredere onderzoekfocus: bos in plaats van de individuele boom. Nature is de eerste om naar die onderzoeken te verwijzen, onder meer naar een onderzoek van Wageningen UR (University & Research centre) uit 2013. Dat werd eveneens gepubliceerd in Nature. Strekking van dat onderzoek: het Europese bos gaat met pensioen. De bossen nemen door hun ouderdom nauwelijks meer CO2 op.

In de periode 2005-2010 is per jaar circa 870 miljoen ton CO2 opgenomen door het Europese bos. Dat staat gelijk aan 10% van de totale Europese CO2-uitstoot. Mede door de toename van transport, maar ook ICT, groeit die uitstoot. Er is veel extra bos nodig om de CO2-uitstoot op te nemen.  Wageningen onderzocht bomen onder meer op hoogte en stamomvang. De feiten uit dit onderzoek laten zien dat de oudere bomen weinig in volume toenemen en steeds minder CO2 opnemen. Een kentering in de opslagcapaciteit van het Europese bos is zichtbaar. Andere oorzaken: de natuurlijke Europese bosgebieden nemen af in omvang, krijgen een andere bestemming en ook worden de bossen steeds vaker geteisterd door branden, stormen en plagen. Omgeving en mens vormen een gevaar voor de totale CO2-opname door bossen. Ook al zou een oude boom meer CO2 opnemen dan een jonge boom, dan moeten de omstandigheden wel zo zijn, dat die oude boom ook werkelijk (meer) CO2 kàn opnemen.

Wageningen pleit voor een andere omgang met de wouden, willen die een optimale rol in het klimaatbeleid spelen. Bijvoorbeeld door een scherpere scheiding tussen natuur- en productiebossen en een geïntegreerd en evenwichtig landgebruik waarin naast koolstofvastlegging  ook andere functies zoals ecosysteemdiensten (zuiver water, schone lucht, watervoorraden, erosiebescherming en biodiverse leefomgeving) en goederen (hout, vruchten, wild etc.) worden meegewogen. Voor een goede koolstofbalans wordt productiebos steeds belangrijker. P. Moore, co-founder van Greenpeace, riep op tot het bevorderen van de vraag naar houtproducten, omdat dit de aanwas van bos stimuleert. Vraag en aanbod. Mede door de duurzaam beheerde productiebossen van de papierindustrie is het Europese bosoppervlak gegroeid. Met 30% sinds 1950 (*).  Naast de oude bossen met een ecologische functie worden nieuwe, jonge productiebossen geplant. En - en, niet oud of nieuw.

De papierindustrie claimt te beschikken over een duurzaam productieproces en eindproducten die aantoonbaar (84% *) worden gerecycled. In het licht van het nieuwe onderzoek wellicht belangrijker: zij werkt met een natuurlijke bron (hout), die hernieuwbaar is als deze duurzaam wordt beheerd. En dat laatste gebeurt, bijvoorbeeld met PEFC- en FSC-certificaten. Na de oogst van productiebos worden nieuwe bomen geplant. Net als bij voedselgewassen. Dat jong productiebos volgens de meeste onderzoeken meer CO2 -opname biedt dan oud bos, maakt een groene claim alleen maar groener. Interessanter: Europees productiebos betekent naast bestaand bos extra bosoppervlak en daarmee toename van CO2-opname.

(*) UN/UNECE/FAO,  State of Europe’s Forests, 2011.

(**) PRN-monitor 2012

Share :