Select Page

Van riet en lompen tot houtvezels

Het woord papier stamt af van papyrus. Het ‘papier’ van de papyrusplant werd eerst door de Babyloniërs, daarna door de Egyptenaren en vervolgens door Grieken en Romeinen gebruikt. Door de stengel en de bladeren van de papyrusplant op elkaar te leggen en door middel van druk met elkaar te verbinden ontstond een blad. De papyrusrepen werden met elkaar verbonden door er met hamers op te slaan. Daardoor kwam sap vrij uit de bladeren. Dat diende als lijm tussen de repen. Met het papyrusblad ontstond een belangrijke informatiedrager.

China geldt als de kraamkamer van het papier zoals wij dat kennen. T’sai Lun (zie afbeelding) wordt vaak genoemd als de uitvinder van het papier. In het jaar 105 maakte hij papier volgens een proces dat sterk lijkt op dat van de nestproductie van de wesp. Hij klopte vezels van bamboeriet, de bast van de moerbeiboom en zijde-afval tot een vezelbrij. Die brij werd sterk verdund met water. Na het drogen van een dunne laag brij was er papier. Archeologische vondsten hebben overigens aangetoond dat papier al eerder, tijdens de Han-dynastie (206 jaar voor Christus), bestond in China.

Rond het jaar 750 namen de Arabieren de kennis van het maken van papier over van Chinese krijgsgevangenen. Het papier verdrong al snel papyrus en Cai-Lun-Stampperkament als informatiedrager. Het bleek steviger, goedkoper en sneller te maken.  Via Noord-Afrika en Spanje kwam het productieproces van papier van natuurlijke vezels naar Noord Europa. De eerste papierfabricage op Europees grondgebied vond plaats in 1144 in Xativa (bij Valencia) in Spanje.

De grondstof voor papier bestond tot de 19e eeuw vooral uit lompen. De vezels die werden gebruikt voor de papierproductie waren katoenvezels. De lompen waren beschikbaar in stedelijke centra. De uitvinding van de boekdrukkunst geldt als katalysator van de ontwikkeling van de papierindustrie. Het aanbod van lompen en katoen was te gering en lastig in te zamelen. In de 19e eeuw werd hout de belangrijkste grondstof voor papier. De eerste papiermachine die vergelijkbaar is met de huidige machines, werd in 1798 ontworpen door de Franse ingenieur Nicolas Louis Robert. De Engelse papierfabrikant John Hall ontwikkelde het ontwerp verder met de gebroeders Henry en Sealy Fourdrinier. In 1806 maakten zij een papiermachine die nog steeds als voorbeeld dient voor moderne machines. In 1809 ontwikkelde de Engelsman John Dickinson de papiermachine. Een papierindustrie ontstond.

Tegenwoordig is de papierindustrie mondiaal van aard en is oudpapier de belangrijkste grondstof voor de productie van papier en karton. In het midden van de negentiende eeuw werd een techniek uitgevonden om papieren vellen om te vormen tot een sterk, licht buigzaam materiaal, karton. Op 1 november 1871 vroeg A.L. Jones te New York een octrooi aan op geribbeld papier voor verpakkingsdoeleinden. Golfkarton was geboren. De vorm van golfkarton is geïnspireerd door bogen in de oudste bruggen en bogen in de Romaanse gewelven. Ook de gesteven halskragen uit vroegere tijden vormden een inspiratiebron. In 1873 vervaardigt Jones zijn eerste doos uit golfkarton. In 1890 wordt de eerste voorgesneden en in elkaar te vouwen kartonnen doos uitgevonden. Een nieuwe industrie was geboren. Sindsdien is karton in zijn diverse verschijningsvormen niet meer weg te denken als logistiek vervoersmiddel.