Houthoudend/Houtvrij

Hout is de belangrijkste (primaire) bron van papier en karton. Hout bestaat uit vezels en lignine. Lignine zorgt voor de verbinding van de vezels in de boom. Om papier te maken worden vezels gebruikt. De vezels moeten eerst worden ontsloten of losgemaakt van de lignine. Na een aantal bewerkingen van het hout ontstaat pulp. De wijze van ontsluiting bepaalt of papier houthoudend of houtvrij is. Vindt de ontsluiting van vezels chemisch plaats dan is sprake van houtvrij papier. De lignine is verwijderd. Vindt de ontsluiting mechanisch plaats, dan is sprake van houthoudend papier. Het papier behoudt een bepaald percentage lignine. Houtvrij betekent dus niet dat er geen hout is gebruikt. Het onderscheid Houthoudend/Houtvrij is van belang om de volgende redenen.

  • Vergeling. De lignine veroorzaakt na verloop van tijd vergeling van het papier als dit wordt blootgesteld aan licht. Houthoudend papier vergeelt sneller. Grofweg kan worden gezegd dat houthoudend papier minder wit is dan houtvrij papier al zijn er uitzonderingen op die regel.

  • Milieu en rendement. Houthoudend papier kent milieuvoordelen boven houtvrij papier. Bij de chemische behandeling (houtvrij papier) kunnen giftige stoffen ontstaan die mogelijk in de natuur terechtkomen. Bij Europese en Noord-Amerikaanse papierfabrieken is dat overigens niet het geval. Bij mechanische ontsluiting is voor de gelijke hoeveelheid papier minder hout nodig. Het voor de papierproductie gebruikte hout wordt efficiënter gebruikt: 96-99%. Bij chemische ontsluiting ligt dat percentage lager.

  • Sterkte. Houtvrij papier is steviger dan houthoudend papier. Door het chemisch ontsluitingsproces blijven de vezels langer. Bij mechanische ontsluiting worden de vezels ‘gemalen’, korter en dus zwakker.

Lees meer over Houthoudend / Houtvrij onder Vezel en pulp.