Select Page

Circulaire economie

Het kabinet publiceerde op 14 september 2016 het programma Nederland Circulair in 2050. Met dit programma wil de regering een circulaire economie realiseren. In een circulaire economie worden grondstoffen langer en hoogwaardiger in de keten gehouden in plaats van afgedankt na (eenmalig) gebruik. Economisch behoud van waarde én de creatie van nieuwe waarde staan centraal. De vuistregel is: minder gebruik van grondstoffen en materialen betekent een geringere milieudruk in de productketen. Om te komen tot een circulair systeem kan een prioriteitsvolgorde van acties in acht worden genomen.

Slim gebruik

Voordat het product er is kan of moet worden nagedacht over de beoogde functie en het gebruik ervan.

  • Re-fuse. Is het product nodig? Wat is het doel? Moet het product überhaupt worden gemaakt?
  • Re-think. Kan het productgebruik worden geïntensiveerd? Bijvoorbeeld door producten te delen of multifunctioneel te ontwerpen?

Duurzame productie

Als wordt besloten tot het produceren van een product in een bepaalde vorm en met een bepaalde functie, dan dient een zo duurzaam mogelijke productie daarvan te worden nagestreefd.

  • Re-new. Welk materiaal wordt gekozen? De voorkeur heeft de inzet van hernieuwbare grondstoffen. Die hoeven niet op te raken ondanks ge- en hergebruik. Ook de winning van stoffen die vervolgens in een circulaire kringloop blijven heeft impact. En op is op.
  • Re-duce. Kan een product efficiënter worden geproduceerd met minder grondstoffen en materialen?
  • Verlengen levensduur. Vervolgens kan worden gekeken of de levensduur van producten kan worden verlengd.
  • Re-use. Een afgedankt product kan worden hergebruikt in dezelfde functie maar door een andere gebruiker.
  • Re-pair. Afgedankte producten kunnen worden opgeknapt en gerepareerd voor gebruik in de oude functie.
  • Re-furbish. Oude producten kunnen worden gemoderniseerd om hun levensduur te verlengen.
  • Re-manufacture. Een afgedankt product of onderdelen daarvan kunnen worden gebruikt in een nieuw product.
  • Re-purpose. Een afgedankt product of onderdelen daarvan kan worden gebruikt in een nieuw product met een andere functie.

Hergebruik

Na maximaal gebruik van het product kunnen de daarvoor gebruikte materialen zo nuttig mogelijk worden toegepast.

  • Re-cycle: materialen verwerken tot dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) materialen.
  • Re-cover: verbranden van materialen met energieterugwinning.

Een circulaire economie begint bij een grondhouding en bewustzijn. Vervolgens wordt bij het ontwerpen van producten en verpakkingen al rekening gehouden met alle levensfases van de combinatie product en verpakking: productie, transport, gebruik en verwerking. Papier en karton hebben sterk circulaire eigenschappen: re-new en recycle. De nadruk ligt in de levenscyclus op het in de kringloop houden van de houtvezel.