Foto

In 1816 maakte Joseph Nicéphore Niépce de eerste foto. Hij gebruikte een doos, voorzien van een klein gat. In de doos bevond zich een achterwand met een lichtgevoelige plaat. Door het gat in de doos een aantal uren open te houden ontstond op de achterwand een afbeelding. Het gat in de doos heet tegenwoordig een lens, de lichtgevoelige achterwand is een lichtgevoelige elektronische sensorchip. Lang werden zwart-wit foto’s ontwikkeld in een donkere kamer. Door een aantal seconden met een negatief en een lichtbron op het fotopapier te schijnen ontstond de afdruk. Hierna moest het fotopapier in drie verschillende baden worden gedompeld zodat het fotopapier gefixeerd werd. Het laatste bad was met water gevuld om de chemicaliën af te spoelen.

Diverse soorten fotopapier worden aangeboden. De toplaag, de dikte van het papier, de helderheid en de beste combinatie tussen de specifieke inkt en het fotopapier, maken dat de fotograaf veel keuze heeft. Hoe zwaarder het fotopapier hoe mooier de print. Doel en kwaliteit bepalen de keuze voor het fotopapier. Zwart-wit foto’s hebben andere eigenschappen dan kleurenfoto’s. Portretfoto’s stellen andere eisen aan fotopapier dan landschapfoto's. Er is multipurpose fotopapier voor de ‘gewone’ afdrukken. Dit papier heeft een gewicht van ongeveer 170 gram. Topkwaliteit fotopapier weegt tussen de 235 en 260 gram. De toplaag van het fotopapier kan mat of glanzend zijn.