Braille

Braille is een speciaal voor blinden ontwikkeld lees- en schrijfalfabet. De Fransman Louis Braille (1809-1852) werd blind op 3-jarige leeftijd. Hij ontwikkelde en perfectioneerde dit schrift. In  1829 werd het voor het eerst gebruikt op het Parijse blindeninstituut waar hij verbleef. In 1854 werd het  officieel als alfabet geaccepteerd.

Braille is een reliëfalfabet. De letters en andere aanduidingen worden door middel van puntjes in het papier gedrukt, zodat er een kleine verhoging voelbaar is. Met de vingertoppen kan worden 'gelezen'. In totaal zijn 63 tekens mogelijk. Bij braille neemt de gecompliceerdheid van de combinaties toe met de plaats van de letter in het alfabet. Het schrijven in braille gebeurt van rechts naar links. Daardoor kunnen bij omkering van het papier de bobbeltjes van links naar rechts gelezen worden. Een geoefende braillelezer kan vrijwel even snel lezen als een ziende. Brailleboeken nemen circa vijf keer zoveel ruimte in als gewone boeken. Er bestaan braille-schrijfmachines (met 7 toetsen, 1 voor elk puntje en een spatietoets), braille-printers, en brailleleesregels (waarmee leesgehandicapten tekst kunnen lezen die anders op het computerscherm verschijnt).

Braillepapier wordt vaak uit wat ruwere papiersoorten geproduceerd. Het papier dient taai te zijn. Het moet tweezijdig brailleschrift kunnen dragen. Het is een hoogwaardig, zwaar papier variërend van 120 tot 160 gram.